Basisuitgangspunt:

Elk kind heeft recht op een veilige plek.
Elk kind heeft het recht om veilig en goed ondersteund op te groeien in zijn gezin, met maximale ontwikkelingskansen.
De ouder-kindrelaties zijn belangrijk om de hechtingsrelaties van het kind op een optimale manier tot ontplooiing te laten komen.

Wanneer dit basisuitgangspunt niet kan worden gerealiseerd is het belangrijk om snel te handelen vanuit onderstaande leidende principes bij het opzetten van een zorgtraject voor een jong kind (-9 +3j) en zijn gezin:

Er is nood aan het uitzetten van een goed zorgbeleid. Dat zorgbeleid geeft uitdrukking aan bovengenoemde uitgangspunten, met zorg voor:

- De noden van het jonge kind, met aandacht voor de grote kwetsbaarheid ervan
- de noden van de siblings
- De noden van de ouderkindrelatie
- De noden van ouders

1. De noden van het kind:
Het tempo van het kind is van centraal belang in de zorg die wordt uitgewerkt: de hechtingsbehoefte van het kind, de ontwikkelingsnoden en kansen op vlak van gezondheid, cognitieve en sociale ontwikkeling en identiteitsontwikkeling worden maximaal mee in rekening gebracht bij het zorgbeleid. Het emotionele welbevinden van de baby, peuter of kleuter is van primordiaal belang. Er wordt rekening gehouden met de nood aan voldoende responsieve zorgfiguren voor het kind.

Bij het uitzetten van de zorg is het principe van de ‘sense of belonging’ belangrijk: een kind heeft recht om contact te houden met zijn gezin, familie en zijn geschiedenis. De continuïteit in de overdracht van zorg is daarbij van cruciaal belang. De context en het netwerk van het jonge kind wordt zoveel mogelijk betrokken in het maken en uitvoeren van het zorgplan.

De verbinding met broers en zussen van het jonge kind en hun zorgnoden worden mee in acht genomen: kinderen krijgen een uitleg op zijn maat over de beslissingen die de volwassenen nemen en redenen hiertoe en wordt zoveel mogelijk gehoord.

2. De noden van de ouder-kindrelatie:
De ouder-kindrelatie kan door allerlei factoren erg onder druk komen te staan: mogelijke kindfactoren, overmatige stressfactoren bij ouders en kind.

Hierbij is het belangrijk om een zorgvuldige inschatting van de krachten en valkuilen te maken.

Daarop volgend kan een beleid uitgewerkt worden van goede zorg voor de band tussen ouders en hun kinderen.

Indien nodig wordt er voldoende zorg besteed aan de ouderlijke vaardigheden, zodat de ouder-kindrelatie kan versterkt worden in het bieden van veiligheid, responsief ouderschap, rust en warmte, grenzen en stressregulatie.

Kinderen blijven zoveel mogelijk samen met hun ouders, maar indien nodig wordt er een gedeeld opvoederschap uitgezet waarbij er verschillende mogelijke samenwerkingsverbanden zijn tussen ouders, het persoonlijk netwerk van het gezin, pleegouders en/of ambulante en residentiële zorg. Vrijwilligheid van de gedeelde zorg geniet daarbij de voorkeur. De zorg van de maatschappij voor het kind is van groot belang in de getrapte hulp(consulent, jeugdrechtbank). Belangrijk is om de ouders (indien mogelijk) te betrekken in het reflecteren over de zorgnoden van het kind. De taal en cultuur van de betrokkenen (zowel ouders als het jonge kind) moet daarin gerespecteerd worden.

3. De noden van de ouders:
Ouders van het jonge kind hechten veel belang aan de zorg voor hun kinderen. Ze zijn daarom ook belangrijke gesprekspartners en willen het beste voor hun kinderen. Daarvoor is er voor ouders mogelijk ondersteuning nodig om voldoende stil te staan bij zelfzorg, zodat hun krachten en capaciteiten voor het responsief sensitief ouderschap kunnen ontplooiien.

Er is nood aan voldoende zorg voor de eigen geschiedenis van ouders.

Indicatiestelling:

Bij elk van deze noden is er voldoende inschatting nodig van de mogelijkheden en valkuilen. Daarop afgestemd wordt een indicatiestelling opgemaakt voor het verdere zorgbeleid.

Een zorgtraject kan verschillende vormen en constructies aannemen.

Een ondersteunend netwerk omtrent ouders en kind kan veel zorgnoden mee opvangen. Pleegzorg, ambulante zorg en residentiële zorg kunnen aangewezen zijn.

Overleg- en samenwerkingsvormen:

De noden en evoluties van het kind en van ouders kunnen in bepaalde casussen op een verschillend tempo verlopen. Mogelijk ontstaan er bij vroege en ernstige ontwikkelings-en traumaproblematieken splitsingsmechanismen tussen de hulpverleners die meer betrokken zijn bij de kinderen enerzijds en bij de ouders anderzijds. De meervoudige partijdigheid kan hierdoor onder druk komen te staan en vormt daarom een belangrijke, maar niet te onderschatten uitdaging om mee aan de slag te gaan.

Er dient dan ook voldoende ruimte gemaakt te worden voor overleg, supervisie, intervisie en vorming om de communicatie voldoende open te houden en de continuïteit en vlotte samenwerking tussen verschillende hulpverlenings- en andere instanties te bewerkstelligen.
't Zitemzo... in de integrale jeugdhulp
(Download brochure : Nederlands)

Jij en de Jeugdrechtbank
(Download brochure : Nederlands, English, Français)

Jij en het OndersteuningsCentrum Jeugdzorg
(Download brochure : Nederlands, English, Français)

Jij en de Intersectorale Toegangspoort
(Download brochure : Nederlands, English, Français)

Jij en de Crisisjeugdhulp
(Download brochure : Nederlands)

De rechten van kinderen in de integrale jeugdhulp
(Download brochure : Nederlands)
(Download addendum 27/2/19 : Nederlands)

Verdrag inzake de Rechten van het Kind
(Download tekst : Nederlands)

Wegwijs in het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie
(Download brochure : Nederlands)
Stappenplan